Gedichten

Samenvallen
Zomaar een zondag
Een ontbijt
Tussen hemel en aarde
De zon die lokt
Zachtjes verwarmd
Door wind omarmd
Val ik samen
Met machtige bomen
Door lawaai heen
In de stille ruimte

 

Ongrijpbaar

In het toenemende onvermogen
vast te houden het bekende
dat langzaam verdwijnt

Blijft over de ander
die machteloos toekijkt

Het afbladderen van decorum
maskers die verschrompelen
vergeten rollen

Waarachter teer als perkament
kwetsbaar als flinterdun ijs
Verschijnt de essentie

Onbereikbaar dichtbij

 

Thuiskomen

Voorbij de oneindige
stroom beelden
indrukken en
prikkels

Onder lagen
opgebouwde
overtuigingen
meningen
angsten en
oordelen

Ingekapseld
door het verdriet
van onwetendheid en
eenzaamheid

Lagen als langzaam
smeltend gletsjerijs
Een grijze
ondoorzichtige cocon
Geen begin
geen eind

Er is geen andere keus
dan alles loslaten
In overgave vallen
voorbij het weten
de kennis
het denken

Verder dan je zintuigen
ooit kunnen komen
in een oneindig niets

Thuiskomen
in de stilte

 

Loodzwaar

Besluiteloos en vast
In mijn hoofd
De lamp diffuus
Licht dat voelt
Als mist

Er is niets
Geen gisteren
Geen morgen
Geen nu

Stilstand
Zo stil als
Een zoutkolom

Verloren
In het schemergebied
De aarde die
Verstikt

 

Opgesloten

Tussen alle overdaad
Het eeuwige verlangen
Naar het mooiste nieuwste
Het snelste liefst
Het duurste
Weerkaatst in eindeloze
Marketing diarree
Die ons overspoelt
Ploeter ik mee
In de eindeloze stroom
Achterlichten voor me
En voorlichten achter me

Ja waarheen
Kan ik nog vluchten
Langer dan een moment
Er zijn heel stil
Zonder afleiding
Zelfs geen boek
Opgesloten in oneindig
Niet weten
Waar een punt bestaat
Ongrijpbaar als water
Waar door de
Eenzaamheid heen
Alles samenvalt
Tot één

 

Afwezig

Weten dat het komt
Toch hard aan
Kijkend naar mezelf
Waarom gekwetst
Dat scherm
Dat weghoudt
Waar te zijn
Vlindert even
Door de avond
Verloren voetstappen
Sterven weg
Verdwijnen in
Beslommeringen
Van weer een dag

 

Vasthouden
Turend achter het stuur
Alleen gesteund door koplampen
Rolt asfalt voor me uit
Witte lijnen wijzen
De richting in een
Eindeloos donker labyrint
Achter de horizon
vermoedelijk het licht
Onzichtbaar aanwezig
Het vechten
Tegen de slaap
Het besef
Ik zit mezelf
In de weg

Retraite

Een voornemen
Spat sprankelend
In vonken uiteen
Gedachten
Tollen dwalen
Eindeloos door
Donkere gangen
De vonken
Dansen mee
Doven en verdwijnen
In een woestijn
Waar alleen
Tranen koelen
Verloren in
Oneindigheid
Verlaten maar
Niet vergeten

 

 

Nachtgezicht

Lang en dun
Het lichtend oog
Moedeloos gebogen
De donkere nacht
Spiegelt in plassen

Hoog torent het
Haast arrogant
Boven me uit
In Regen als zweet
Druipt gestaag
Het verdriet

Een lamp als een oog
Het gelig licht
Op in de plassen
Weerkaatst
Verliest het
Te donker
De nacht

 

Ellente

Natte kou inwisselen
Voor droge sokken
De kachel snort
Lampen al aan
Met een boek
Knus op de bank
Een kaarsje erbij
Blijft het vreemd
Dit te doen vandaag
Bijna eind mei

 

Alles of niets

Alles

een lichaam vertelt
een groter verhaal
dan de woorden
die we spreken
de verbaasde frons
de handen
de houding
de wenkbrauwen
lachende rimpels
vooral de ogen

spreken vanuit
hun diepte
het oneindige
van het wezen
dat we zijn
dat we zien
en delen
het  weten

dat we ongedeeld
deel zijn van
het allesomvattende
het onbenoembare
het volmaakte
oneindige alles

Niets

zonder God
zonder ziel
zonder vrije wil
gereduceerd tot
niets meer dan
een brein

miljarden cellen
oneindig pulseren
overijverige neuronen
dominante hormonen
fysieke alchemie
wie stuurt wie

zonder boven
zonder beneden
zweven we doelloos
tuimelen we rond
in niets meer dan
oneindig niets

 

Hoop

duisternis is mooi
prettig de stilte
voorbij het geraas
de eeuwige stroom
die uitwaaiert
wel doorgaat
maar de haast is weg
even trekken we ons terug
in de knusse warmte
voorbij het moeten
dat ons ritme bepaald
en zelden loslaat
ons lachend doldraait
terwijl we denken
dat het fijn is
deze wervelende dans
onophoudelijk feest
zweven in de zeepbel
kleurrijk geblazen
door het gelukkige kind
met eigenlijk niets
dat uiteindelijk overblijft
is er de donkere nacht
even de rust
prettig de stilte
geduldig wachten
op nieuw licht

 

Duidelijk

het is duidelijk dat
wat ze niet hebben geweten
wel degelijk bekend was
ach die slechte raadgever angst
mijn vader zei vroeger al
eerlijk duurt het langst

en God keek toe hoe
de hoeders van de kerk
zich machteloos verloren
in hun driften en emoties
hun macht misbruikten
zich aan kinderen vergrepen
wegkeken lippen gesloten
handen voor de oren

en God keek toe hoe
de hoeders van zijn kerk
alles met de mantel der liefde
dacht te bedekken
de dader probeerde te helpen
maar evenzogoed ging
die mantel bij het volgende  kind
weer gewoon omhoog
een drang niet te stelpen

en God keek toe en bedacht
zo moeilijk is de boodschap toch niet
die ik toen bracht
hoe simpel moeit ik het houden
oordeel en veroordeel niet
heb u naaste lief als uzelf
heb u zelf lief
wat niet wilt dat u geschiedt
doe dat ook een ander niet
ach mens ken u zelve

God kijkt toe
zij oordeelt niet
zij grijpt niet in
zij laat de hoeders van de kerk
in hun schijnbare heiligheid
hun verhulde geiligheid
en beseft met verdriet
ze weten het nog steeds niet
in hun overtuiging
in hun zuiverheid
hoe om te gaan
met hun slachtoffers
met de pijn de frustratie
het verdriet de onmacht
ze missen in hun vroomheid
eenvoudigweg  empathie

 

Kennismaken

ze ligt daar
het haar vochtig
plakt op haar voorhoofd
met wanhopige blik
staart ze naar
een werkelijkheid die
ik niet ken niet weet
ze heeft dorst wil
wat thee met een pipet
spuit ik wat in haar mond
daarna wat water
en ach doe alles maar
maak ik met een sponsje
haar mond vochtig
ze kijk me aan met
grote ogen
even een lach
het maakt haar mooi
tijdloos ondanks
haar negentig jaar
verlangt ze naar
het einde van
haar lijden
ik zou haar hand
wel even vast
willen houden
het haar wegvegen
van het klamme voorhoofd
kan ik dat doen
ik ken haar niet
pas nu
sinds een minuut
geef met een pipet
nog wat thee
nog wat water
ze kijkt me aan
met grote ogen
leeftijdloos mooi
ik ken haar pas nu
sinds een minuut
en langer dan
die minuut zal
ik haar niet kennen

 

 

Omslagpunt

ergens begint het
als  een ongrijpbare
vlaag die rondwaart
ogenschijnlijk doelloos
er is spanning
vreemd onbehagen
een rilling
maakt leeg passief
machteloos
doelloos
draaien de gedachten
tot dat moment

de stilte breekt
door de onrust
geleidelijk
alsof een dimmer
wordt opgedraaid
versterkt het licht
ontstaat er kleur
contrast en perspectief
voel de uitweg
achter het denken
waaruit de woorden
opborrelen
het weer klopt
de verbinding
tot dat moment

 

Herfstblad

van levendig groen
trotse bekleding
ongevoelig
voor weer en wind
tot de zon zich
verwijderd
de herfst
zich aankondigt
verkleuren
ze majestueus
lichten op in
de zachte stralen

loskomen en vrij
dansen in de wind
gracieus zweven
dartelen en draaien
een sierlijk ballet
om uiteindelijk
in stilte
neer te komen

te sterven
door weer en wind
opgenomen
verschrompelen
in donkere aarde
weg te teren
om opgenomen
te worden
in het wonder
van nieuw leven

 

Bonus

de zon stijgt
langzaam in de
blauwe lucht
mistflarden
lossen op
in warm licht
zet alles in
een rode gloed
zichtbaar vanaf
het terras
waar we loom
van een cappuccino
genieten
op deze
zomerdag
in oktober

 

Happy feet

eenzaam verzwakt
aangespoeld
hulpeloos en verhit
werd hij opgenomen
met enthousiasme
veel aandacht liefde
tot in de puntjes verzorgd
kosten noch moeite
de wereld hield de
adem in toen
hij werd teruggezet

hoe anders
de vluchteling in zijn
gammele bootje
op weg naar een
nieuwe toekomst
onwetend
dat die hem
niet opneemt
het is slimmer
als die vluchteling
een leuk dier
een aapje koala
een zeehond
nog beter
een pinguïn
in zijn bootje
meeneemt

 

 

Verlangen

onbestemd ongedurig
reiken naar
het diepste wezen
van je zijn

vanuit de kaders
van je dagelijkse leven
zoeken naar
oneindige ruimte

het stroomt met het
verstrijken van de tijd
ongrijpbaar als water
voor eeuwig

de kringloop
van de kosmos
het beleven
dat daar niet
los van
te komen is

ontbreekt en
is de motor
die me voort
stuwt over mijn
weg naar mijn
zin van zijn

 

Stervensrecht

de priester heeft alle
antwoorden van zijn
ware God
in wiens naam
één zijn schapen
verbannen wordt

de priester vindt
dat de vrije wil
ons geboorterecht
een geschenk van
de ware God
geen recht is
bij het sterven

de priester beslist
dat hij op de stoel
van God mag
zitten om
te veroordelen
deze uit zijn hel
ontsnapte zieke

de priester weet
wat beter is
voor ons dan
zijn ware God
die verdrietig zucht
liefdevol barmhartig
de gestorvene
opneemt
in haar licht

 

Noodlot

het slaat toe
donker zwart
meedogenloos
een mini
Apocalyps

een beeld
verslagenheid
troosteloos
verwrongen staal
verdriet in modder

achteraf
de zelfbewuste
stuurlui
minzaam spuien
zij hun kennis

waar helaas
pas achteraf
naar geluisterd
wordt denken
zij zelf

over dit bizarre
ongeluk dat
gelukkig
geen onderscheid
maakt voor zij
die houden van muziek
en zij die
houden van God

geluk pech,
voorspoed tegenslag,
gezondheid ziekte
geboorte dood
liefde lijden
het noodlot
overkomt iedereen
op zijn tijd
we noemen dat
het leven

 

Tegenwind

ze staat naast me
voor het stoplicht
helder roze jas
wit haar permanentje
gebruind gezicht
getekend door de jaren
ik schat richting zeventig
nog een frisse blik

het stoplicht op groen
ik zet aan tegen
flinke tegenwind
al gauw kracht zes
het kost kracht maar
zet een tandje bij

in mijn ooghoek verschijnt
een Helder roze jas
wit haar permanentje
gebruind gezicht
ik dacht toch
richting zeventig
een frisse blik

het volgende moment
in een soepele tred
is ze voorbij
die roze jas met daarboven
een bruin gezicht
het witte permanentje
waarvan ik me nu afvraag
of ze wel bijna zeventig is

ik val stil verbaasd
dit kan toch niet
naast mij verschijnt een heer
zwoegend met rood
aanlopend gezicht
hij hijgt moet ik toch maar
eens aan beginnen zo’n
elektrische fiets

 

 

Buikje

toen was er het moment
dat echtgenote verschoot
mijn altijd platte buik
begint uit te dijen

de spieren
al niet meer te zien
wat slapper ook
het jaarringen spook

t is niet schrikbarend
nog best te verbergen
maar straks strandbezoek
voor echtgenote een nachtmerrie
lubbert hij over mijn broek

dat wordt bewegen
sporten zelfs en diëten
een somber vooruitzicht
en dat voor een lichtgewicht

dan is de redding daar
en wel van ome Piet
ach joh maak je niet druk
ik zeg maar zo
waar het bolt
daar rimpelt het niet

 

Summertime

zwoele zomeravond
het warme zand
zij zingt stil
hij zit in
vervagend licht
speelt gitaar
de lome branding
neuriet zachtjes
voor altijd
summertime

1

Geluk

geluk is
ongrijpbaar
als de schoonheid
van bloemen

geluk is als
bloemen
een moment
wonderschone bloei
dan weer verdwenen

geluk is als
licht dat schijnt
op een bloemblaadje
transparant
niet te verberegen

geluk is
zo Teer
zo kwetsbaar
je trapt het
makkelijk plat
net als bloemen

maar geluk
komt ook
weer terug
zoals die
wonderlijke
bloemen

 

Bekentenis

een aantal jaren geleden
heb ik een tuintje aangelegd
toen alles een plekje had gekregen
zei ik enthousiast
laat het nu maar flink regenen

mijn wens kwam uit en
het werd uiteindelijk
één van de natste zomers
van de 20e eeuw

na een paar maanden
zonnig en droog
heb ik toch weer
voor mijn verpieterde tuin
niet echt gebeden
maar wel verzocht
voor flink wat regen

 

Kaas

hoe lekker
jonge kaas
soepel zacht
fijn van smaak

hoe lekker
jong belegen kaas
verleidelijk stevig
vol van smaak

hoe lekker
belegen kaas
volrijp krachtig
pittig van smaak

hoe lekker
oude kaas
geduldig op leeftijd
rijk van smaak

ik hou van van kaas
iedere rijpheid
heeft zijn
eigen charme

 

Zuiver

alles is ondergeschikt
aan de zuiverheid
van de heilige
eucharistie

zuiver betekent
dat de mens
zichzelf
niet mag zijn

de zuiverheid
meedogenloos
een wals
door eigen kerk

 

 

Gewaden

een zaligverklaring
een heilige mis
eindeloos gebeuren

oude mannen
in gewaden
die het sturen

zou het zo zijn
dat die gewaden
van pas komen

hun katheters
te verbergen
die uren

 

De laatste keer

ze ligt er rustig bij
sereen en teer
ze kijkt me aan
zo jongen ben jij er weer

iedere week
wordt ze kleiner
ze verdwijnt langzaam
in oneindig niets

ze lost langzaam op
alleen haar botten
blijven over steken uit
door haar huid

ze is moe het is genoeg
ze hoeft niet meer
glimlacht haast onzichtbaar
laat mij maar

haar ogen weer dicht
het wordt stil
ik kijk naar haar gezicht
de laatste keer

 

Hoofddoekje

vechten tegen
een symbool
een doekje
een dwingend
kledingadvies
van  God

vechten voor
de vrijheid
te dragen
een symbool
van dwang
onderdrukking

vechten voor
of tegen
een lapje stof
flinterdun
vlijmscherp

 

 

Tijgeren

westers opvoeden
in het gedrang
te soft te lief
te voorzichtig
verwend en slap

kinderen moeten
meedogenloos
presteren
tot het uiterste
investeren

waarschijnlijk
ligt ook nu
de oplossing
ergens in
het midden

met een beetje
gezond verstand
duidelijke grenzen
blijft opvoeden
in balans

 

Clown

voorzichtig sluipt hij
langs de muur
van kamer naar kamer
alleen gelaten

hij is eenzaam
als een clown
maar kom niet
naar zijn optreden

hij declameert
hij brult
hij schreeuwt
hij gromt

zonder het besef
dat wat je geeft
altijd weer
bij je terugkomt

 

 

26 – 01 – 2011

Thijs

de koffie wordt bij ons
altijd opgedronken
het kan zo druk niet zijn
werk kan altijd wachten

vanmorgen bleven de kopjes
vol het werd koud
de eerste keer
een onwerkelijke waarheid

morgen drinken we weer
onze kopjes leeg
jij leeft voort
bij ons in koffietijd

 

Regeren

zonder gezin
zonder ziekte
zonder gebrek
aan geld
geen gemis
wat heerlijk
beleid te maken
als je niet weet
wat zorg is

 

Niets

nog steeds
herrie
in mijn hoofd
mijn meditatie leraar
had mij
niets beloofd